De Universiteit Gent heeft een methode ontwikkeld om de kleinste microplastics op te sporen. Die glippen nu nog door de mazen van het net en komen zo in onze voeding en ons drinkwater terecht.

Met microplastics worden plastic deeltjes bedoeld die een afmeting hebben die kleiner is dan 5mm. Microplastics zijn alomtegenwoordig, in de natuur, maar ook in de lucht en in onze voeding en ons drinkwater. Zo komen ze uiteindelijk ook in ons lichaam terecht. 

Tot nu toe bestond er nog geen manier om deze kleinste deeltjes plastic op te sporen. Er is ook nog veel onduidelijkheid over het effect van deze plastics op de natuur en onze gezondheid.

Onderzoekers van de UGent en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VITO hebben nu ontdekt dat ze een bestaande techniek kunnen gebruiken om de kleine microplastics te detecteren. Het gaat om ICP-massaspectrometrie, een techniek die gebruikt wordt om metalen op te sporen. Op basis van die techniek hebben de onderzoekers een methode ontwikkeld om het aantal polystyreen deeltjes aanwezig in een artificieel waterstaal te kunnen meten en hun grootte vast te stellen tot ten minste 1 micrometer.

Het kunnen opsporen van die microdeeltjes betekent een grote doorbraak. De volgende stap volgens de onderzoekers is het ontwikkelen van een manier om de microplastics te scheiden van natuurlijke elementen.

 

© Soetkin Desloovere