De stad Gent heeft deze ochtend de verdere plan van aanpak bekend gemaakt voor de Brugse Poort. Het gaat over maatregelen op korte en langere termijn, op vlak van wijkwerking en stadsvernieuwing. Daarmee hoopt de stad een einde te maken aan het geweld en dealen van drugs in de wijk.

Deze zomer al krijgt de buurt een nieuwe ontmoetingsplek. In de Reinaertstraat, aan het Pierkespark, komt het voormalige restaurant SafiSafi (zie foto) ter beschikking van de buurt. Die mag zelf instaan voor de invulling ervan. Bovendien zal het jongerencentrum Kaarderij gratis open zijn voor jongeren, behalve op zondag. Die jongeren hadden vooral het gevoel niet gehoord te worden, en daar wil de stad extra op inzetten. Er komt een straathoekwerker bij, die specifiek zal inzetten op de jongeren in de Brugse Poort en het Rabot. De vele jeugdwerkingen in de wijk zullen ook budget krijgen ter ondersteuning. Zo wil de stad de organisaties helpen te professionaliseren en de plekken en werkingen voor tijdens de vrije tijd van jongeren te laten groeien. Verder gaat de stad de volgende maanden gespreksmomenten met de buurt organiseren. Het project heet Brugse Poort Live gaat door op vier avonden in juni en juli, en wordt ook gestreamd op Facebook.

Deze legislatuur investeert de stad 4,1 miljoen euro in stadsvernieuwing om op die manier de buurt te heropwaarderen. Het grootste deel daarvan, 1,8 miljoen euro, gaat naar de heraanleg van de as Bevrijdingslaan-Phoenixstraat. Met dat geld worden ook de leegstaande handelspanden aangepakt en wordt er ingezet op de dienstverlening. In de Reinaertstraat, aan het Pierkespark, wordt het voormalige restaurant SafiSafi een nieuwe ontmoetingsplek voor de buurt. Dat is gepland voor deze zomer al. De buurt zal zelf instaan voor de invulling daarvan.

Daarnaast gaat de stad de eerste ronden van wijkbudgetten wat vroeger laten starten, na de zomer. De Brugse Poort krijgt 350 000 euro. Samen met het Rabot is dat het grootste budget van alle 25 wijken. Gentenaars kunnen zelf initiatieven indienen waar het geld voor zou kunnen besteed worden.

© Janna Heyerick