Vandaag is opnieuw gepleit in een zaak die ondertussen bijna twintig jaar oud is. In de Gentse correctionele rechtbank was de dioxinecrisis weer aan de orde. Het federaal voedselagentschap en ook een aantal veevoederfabrikanten eisen forse schadevergoedingen.

De dioxinecrisis barst los in 1999 nadat dioxines in de voedselketen terecht komen. Het onderzoek leidt naar het bedrijf van vetsmelters Verkest in Deinze en naar het Waalse Fogra. Fogra levert vetstoffen aan Verkest en die blijken besmet met giftige pcb’s. Verkest levert op zijn beurt aan veevoederbedrijven. Blijkt dat de gesmolten dierlijke vetten in werkelijkheid ook technische vetten bevatten.
Jan en Lucien Verkest werden later schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, het gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Op burgerlijk gebied deed de Gentse correctionele rechtbank in 2013 uitspraak. Ze veroordeelt  vetsmelter Verkest  tot het betalen van meer dan een miljoen euro aan schadevergoedingen voor benadeelden van de dioxinecrisis. Over de schadevergoeding van de andere partijen werd toen nog geen uitspraak gedaan.
Vandaag eist het federaal voedselagentschap 24,1 miljoen euro van onder meer vetsmelters Verkest. Het gaat onder meer over personeelskosten die gemaakt werden door de dioxinecrisis. De verschillende veevoederbedrijven  eisen samen een bedrag van meer dan 10 miljoen euro. De Belgische Staat en het Vlaams gewest, die eerder tot 400 miljoen euro vergoeding wilden, hebben zich niet in de zaak gesteld.
 

© Lucie Dezutter