Julie D’Aubioul wil een textielmuseum in Waarschoot. En de ideale locatie daarvoor heeft ze al gevonden: een oud gebouwtje in de buurt van het recyclagepark van Waarschoot (zie foto onderaan). Het beschermde gebouw is opgetrokken in dezelfde stijl als het stationsgebouw, maar is in handen van de gemeente. Die gebruikt het momenteel als magazijn.

Het gebouw is eigendom van de gemeente, en toch heeft D’Aubioul in eigen naam een bouwaanvraag ingediend voor de functiewijziging van magazijnruimte naar ‘Textielhuisje’. Door de bouwaanvraag is het gemeentebestuur verplicht om de aanvraag te bekijken en na te denken over de eventuele herbestemming. Het dossier zit nu bij de dienst Omgeving, die een onafhankelijk advies moet opmaken. Nadien komt de aanvraag op het schepencollege.

Julie D’Aubioul (foto rechts) is zelf architecte, en pleit al jarenlang om het textielverleden van Waarschoot een plaats te geven. De textielsector ontstond bij de boeren. De landbouwgronden in de streek zijn erg arm, en dus moesten de boeren in de winter bijklussen. De vlas haalden ze van de schapen die ze hielden, de weefsels konden ze verkopen voor wat extra geld. De textielsector ontwikkelde zich vandaaruit. In de 19de eeuw verhuisde de grootschalige textielproductie van Gent naar het platteland, en werd Waarschoot een grote speler in de textiel. Om de geschiedenis te vertellen, hoopt ze op een museum, het Textielhuisje, in het oude magazijn.

© Janna Heyerick